De schadevergoedingsregeling en de gebeten hond

De bestuursrechtelijke regeling over schadevergoeding door onrechtmatige besluiten kun je gemakkelijk over het hoofd zien: het zit verstopt vrijwel achterin de Algemene wet bestuursrecht (titel 8.4) en bevat slechts 8 overzichtelijke artikeltjes (8:88 t/m 8:95 Awb). In mijn dagelijkse praktijk heb ik er soms mee te maken en misschien geldt dat ook voor jou. Daarom nog eens kort en handzaam: hoe is de vergoeding van schade geregeld in de Algemene wet bestuursrecht?

Stel: uw hond bijt regelmatig de postbode. Het college besluit daarom uw tuin en woning aan te wijzen als plaats waar het verboden is honden aanwezig te hebben. Nu voelt u zich de gebeten hond en besluit daarom naar de rechter te stappen. Daarbij vraagt u niet enkel om vernietiging van het besluit, maar ook direct om vergoeding van de schade die u hebt opgelopen en wel op grond van artikel 8:88 Awb. De Afdeling geeft u gelijk in beide zaken en handelt beide verzoeken keurig in 1 uitspraak af (ECLI:NL:RVS:2017:1690).

Hoe zit dit nou? De schadevergoedingsregeling verduidelijkt de bevoegdheidsverdeling tussen burgerlijke en bestuursrechter. Voor de meeste gevallen geldt: tot € 25.000 kun je bij de bestuursrechter terecht (voor het overige: zie 8:89 Awb). Is het verzoek bij de bestuursrechter eenmaal gedaan, dan kun je niet alsnog bij de burgerlijke rechter aankloppen. Vorig jaar gaf de Afdeling hierop een uitzondering: als het vermeende schadebedrag hoger is dan €25.000 dan kun voor het hogere deel alsnog terecht bij de burgerlijke rechter (ECLI:NL:RVS:2017:2081).

Om ingang te hebben bij de bestuursrechter moet wel eerst bij het bestuursorgaan schriftelijk om vergoeding van de schade worden gevraagd. Op zijn vroegst 8 weken daarna kan de benadeelde een verzoek om schadevergoeding voorleggen aan de bestuursrechter (8:90 Awb). Meestal zal dat gaan om schade als gevolg van een onrechtmatig besluit in een lopende beroepsprocedure (voor de andere categorieën: zie 8:88, lid 1 Awb). Het kan echter ook gaan om een primair besluit dat is herroepen in bezwaar en/of een besluit waarvan de onrechtmatigheid nog helemaal niet vast staat. (Voorbeelden van beide situaties:ECLI:NL:RBDHA:2016:223en ECLI:NL:RVS:2017:2081, overweging 9.14).

De schadevergoedingsregeling in het algemene bestuursrecht is daarmee eenvoudiger geworden. Denkbaar is dat de wetgever het procesrecht in de toekomst nog gestroomlijnder wenst te maken en de bestuursrechter in de toekomst exclusief bevoegd maakt om alle schade te beoordelen die voortvloeien uit onrechtmatige besluiten. Zover is het echter nog niet.

Overigens leidde de bijtende hond uiteindelijk niet tot uitkering van een concreet schadebedrag. Zie de vervolguitspraak van 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1953. Dat is een laatste opmerking waard: uit de jurisprudentie volgt dat een concreet schadebedrag niet vaak wordt toegewezen. Ook lezenswaardig hierover ECLI:NL:RVS:2018:3086(verzoek om handhaving).

 

 

Meer weten! mail naar info@marcogeleijnse.nl of bel 06 245 147 00.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail